Het land

Geografie

Palau bestaat uit meer dan 340 eilanden, waarvan er ongeveer 12 bewoond zijn. De eilanden zijn onder te verdelen in de Palaueilanden in het noorden en de veel kleinere en minder bevolkte Zuidwesteilanden in het zuiden, die respectievelijk veertien en twee van de zestien staten omvatten. De meeste eilanden zijn vulkanisch van oorsprong. Het grootste eiland is Babeldaob in de Palaueilanden, dat 80% van de totale landmassa van Palau vormt. Babeldaob is voornamelijk vulkanisch, maar de andere eilanden bestaan grotendeels uit kalksteen en koraal. Het hoogste punt op Palau is de Mount Ngerchelchuus (242 m) op Babeldaob. Eveneens op dit eiland ligt het grootste meer van Palau, Lake Ngardok. Dit meer is de grootste zoetwatermassa in heel Micronesië.

De beroemde Rock Islands

Natuur en klimaat

Het schitterende eiland Palau, omgeven door water in de meest onwaarschijnlijke kleuren blauw, wordt grotendeels bedekt door tropisch regenwoud met mangrove wouden en grasachtige savannes.

Het tropische klimaat kenmerkt zich door zeer constante temperaturen en vrij hoge hoeveelheden neerslag waarvan het overgrote deel in buiige regen naar beneden komt. Deze regenbuien kunnen zeer intens zijn en net zo snel over zijn als dat ze begonnen zijn. Hoewel de hoeveelheid regen vanaf mei tot en met november nog wat hoger ligt dan gedurende de andere maanden blijft het ook in deze periode vaak beperkt tot buien. Uitzondering wordt gevormd door grote tropische depressies die af en toe voorbij trekken. Indien er zo’n sterk front aanwezig is kan het urenlang regenen. Ook komen ronduit regenachtige dagen dan vaker voor.

Het is op Palau zonder enige uitzondering altijd warm. Gedurende het hele jaar ligt de maximum temperatuur gemiddeld rond de 30-31 graden. Na zonsondergang daalt het kwik langzaam om uiteindelijk tegen zonsopkomst bij een gemiddelde minimumtemperatuur van 22 tot 24 graden Celsius uit te komen. Tijdens een regenachtige dag kan het overdag iets koeler zijn terwijl op een overwegend zonnige dag de maximumtemperatuur op kan lopen naar 32 tot 33 graden Celsius. Warmer wordt het zelden, omdat er continu sprake is van afkoelend effect door het omringende oceaanwater en wind.